Aan tafel met drie Eindhovense (wieler)vrienden

‘Het mooiste van het wielrennen? De vrienden die je eraan overhoudt!’

‘Ik ken Frans helaas al vanaf het moment dat ie nog niet kon lopen. Toen had ik er last van’, vertelt Jan Peeters lachend. De toon van het gesprek is gezet. Ik zit aan tafel met wielerhistorie. Drie mannen die ieder op hun eigen manier hun sporen in de wielersport hebben verdiend. Jan Peeters (75), Frans Otten (67) en Geert Oosterbosch (63). Drie Eindhovense wielervrienden die elkaar nog steeds met regelmaat opzoeken.

Peeters vervolgt zijn verhaal: ‘Ik heb Frans zien opgroeien. Zijn ouders hadden een café waar van oudsher iedereen elkaar ontmoette. Ik ging met de vaders van beide heren naar het fietsen kijken vroeger. Dat zowel Frans als Geert vervolgens in het peloton terechtkwamen, was helemaal geweldig! Frans is een bijzonder getalenteerd coureur geweest, maar hij kon er niet alles voor opbrengen. Daar had wellicht meer ingezeten.’

Rappe jongen
Frans Otten was een bijzonder rappe. ‘Er zijn weinig snellere die ik niet heb geklopt. Ik heb 56 koersen gewonnen en ben maar liefst 106 keer tweede geworden. Eén van de mooiere overwinningen was de keer dat ik Krekels klopte in zijn thuiswedstrijd’, vertelt Frans met glunderende ogen. Maar 106 keer tweede? ‘Tsja, we hadden in die tijd gruwelijk ‘last’ van onder meer Tiemen Groen, een hardrijder pur sang. Dat was er zo eentje die na twee ronden vriendelijk goedendag zei, demarreerde en die we dan na de finish pas weer terug zagen. Maar viel er één druppeltje regen, stapte hij af, trok zijn klompen aan en ging naar huis. Die is echt nog nooit nat geworden in de koers.’ Geert heeft nog met Frans in het amateurpeloton gefietst. ‘Weliswaar in zijn laatste jaren, maar toch. Ik was niet zo’n rappe als Frans, maar ook ik kon behoorlijk aankomen. Zeker als we met een klein groepje voorop zaten. Frans die dook in de spurt overal tussendoor, ik zat al heel snel in de remmen als het er wat ruwer aan toeging.’ Geert won in zijn wielercarrière 25 wedstrijden. ‘Geert was meer de man van de Belgische koersen. Die moest gewoon blijven rijden’, vult zijn vriend Jan Peeters aan.

Karakteristieke stem
De klik tussen Geert en Jan is er eentje van zeldzame soort. ‘Misschien dat ik het woord vriend snel gebruik, maar Geert is een echte vriend.’ Geert: ‘Jan was voorzitter van Wilhelmina toen ik als vijftienjarige coureur begon met fietsen. Het klikte meteen goed tussen ons en dat is tot op de dag van vandaag nog zo.’ Hoe hij als renner tegen Jan als speaker aankeek destijds? ‘Jan heeft een bijzonder karakteristieke stem. Hij deed en doet het dat nog steeds geweldig. Hij had een andere stijl dan wijlen Cor Wijdenes, maar Jan hoefde ook geen Cor te zijn. Ieder heeft zijn eigen stijl. Het is wel uniek te noemen dat er binnen één wielervereniging (Wilhelmina, redactie) twee zulke goede speakers waren.’ Wat wellicht niet veel mensen weten, is dat ook Jan Peeters ooit coureur is geweest. ‘Dat mocht de noemer coureur eigenlijk niet hebben. Ik heb bij de Nieuwelingen gereden. Ik stak als het ware mijn hand uit als ik een bocht moest nemen.’ Jan hing zijn vehicle al snel in de boom en kwam in aanraking met de bokssport. ‘Dat heb ik jaren gedaan tot plots Cor Wijdenes mij vroeg om terug te keren in de wielersport. Hij vond dat ik een echte speakerstem had. Ik stond er toen helemaal niet bij stil dat mijn ‘talent’ in het speakeren zou liggen. Hij heeft echt moeite gedaan om mij te overtuigen het te gaan doen. Ik zat in een totaal andere sport. Eigenlijk was die situatie te vergelijken met de moeite die we hebben gedaan om Rien (van Horik, red) weer aan de gang te krijgen.’ Vriend Geert haakt in: ‘Net zoals Cor merkte dat Jan zijn opvolger moest worden, merkt ook Jan op als iemand kan speakeren. Dat kan je niet verklaren, dat is een gevoel. En ook weer ieder met een eigen stijl. ‘Je moet gewoon een eigen stempel erop drukken. Rien is nog meer de man van de feiten. Ik hield en houd er nog steeds van om op zijn tijd een keer een lollige noot er tussendoor te gooien. Daar voel ik mijzelf het lekkerste bij!’ Hoewel hij het stokje ‘officieel’ heeft overgedragen aan Rien, weet menig vereniging en organisatie Jan nog steeds te vinden. Begin maart presenteerden beide heren nog een wielerlezing in Veldhoven. ‘Het is nog steeds leuk om te doen en de samenwerking met Rien tijdens dat soort presentaties is uitstekend. In juni viert wielervereniging Buitenlust haar 60-jarig jubileum. De voorzitter van de vereniging wil graag dat ik daar samen met Rien de presentatie verzorg. Ze zijn van mening dat de kenmerkende speakerstem van al die jaren erbij moet zijn. Zo’n verzoek honoreer ik nog steeds bijzonder graag. En als ik ga, moet die van Otten ook mee’, glimlacht Jan quasi-serieus. ‘Die heeft die ronde daar in Helmond ooit nog eens gewonnen.’

Chauffeur
Frans Otten is de laatste jaren niet meer weg te denken uit de nabijheid van Peeters op de koers. ‘Ik doe zoals gezegd links en rechts nog wel wat dingen’, vertelt Jan. ‘Eentje daarvan is de koppeltijdrit in Abbenbroek. Een geweldig mooi spektakel. Daar rijdt alles door elkaar heen. Een tijdrit met handicap, iedereen kan dus winnen. Ger Slot rijdt er bijvoorbeeld met zijn kleinkind. Enkele jaren geleden werd ik gebeld om daar het hele evenement aan elkaar te praten. Dat wilde ik graag doen, maar ja, hoe moest ik daar komen. Dus Otten bellen.’ ‘Jan dacht al meteen dat we naar Den Helder moesten’, lacht Frans, die als oud chauffeur er nog een aardige topografische kennis op na houdt. ‘Hé, ik ga toch ook niet vertellen dat ik de eerste keer blij was dat ik levend thuiskwam met jou als chauffeur’, kapittelt Jan zijn vriend, om er meteen een serieuze noot aan toe te voegen, ‘Op de terugweg zei Frans zo weinig, dat was ik niet van hem gewend. En als ie wat zei, kwamen de meest onzinnige verhalen uit zijn mond. Bleek dat ze Frans de verkeerde pillen hadden gegeven. Dat is allemaal goed gekomen. Frans rijdt mij voor de koers overal naartoe zo’n beetje. In één woord geweldig!’ Voor Otten betekende het chauffeuren een hernieuwde kennismaking met de wielersport. ‘Die tijdrit in Abbenbroek was een feest van herkenning. Daar rijden nog veel oude knakkers rond waar ik zelf nog mee gekoerst heb. Maar ook van het jonge grut dat meedoet, geniet ik ieder jaar.’ ‘Wie weet rijden die twee samen nog eens een keer in Abbenbroek’, zegt Jan wijzend naar zijn twee vrienden aan tafel. ‘Wie weet’, lacht Geert.

Bevrijdingsvuur
Geert Oosterbosch is nog steeds één van de drijvende krachten binnen de vereniging TML Dommelstreek. ‘Ik doe hand- en spandiensten en schrijf ook graag voor het clubblad.’ Een talent dat Geert jarenlang verborgen wist te houden voor zijn goede vrienden. ‘Let wel, hij schrijft echt niet onverdienstelijk. Ik kon het in eerste instantie niet geloven dat er dergelijke teksten uit zijn vingers konden komen’, vertelt Jan. Geert levert sinds kort een bijdrage aan de blog Wielerspiegel van Piet Gijsbers, de enige echte wandelende encyclopedie van het wielrennen in de Kempen. Oosterbosch is ook één van de vaste mensen die nog steeds ieder jaar het bevrijdingsvuur in het Franse Bayeux gaat halen. ‘We gaan heen met de bus en terug op de fiets.’ Is het niet een hele kunst om de vlam ook brandende te houden? ‘Tsja, vroeger ging het vlammetje inderdaad wel eens uit. Dat was ook in de tijd dat we de fakkel gewoon in onze hand hielden tijdens het fietsen.’ Frans vult zijn vriend lachend aan: ‘Ik kreeg em in 1969 altijd in mijn handen geduwd als we omhoog moesten fietsen!’ Tegenwoordig zit de fakkel vast aan een beugel die achter op de fiets gemonteerd kan worden. ‘Een huzarenstukje van met name Peter Heerings. Hij heeft jarenlang kunnen werken aan de beste constructie. Tot bijna in het verfijnde vervolmaakt’, lacht Geert. ‘Er zit zelfs een roostertje op waardoor er geen valse wind meer bij de vlam kan komen. Hij blijft zolang aan dat we tegen hem zeiden dat we het allemaal niet meer geloofden. Dat moet wel een nepvlam zijn als ie zolang aanblijft! Jarenlang hadden we de grootste lol tijdens het fietsen en vierden we steevast het nieuwe tijdsrecord dat de vlam aanbleef. Nu gaat ie bijna niet meer uit.’ De mannen rijden in september in een aantal groepen. De eerste etappe is er eentje van ruim vierhonderd kilometer en de tweede dag wordt er vanuit het Belgische Tiene rechtstreeks naar Eindhoven gefietst. ‘De eerste dag is gesplitst in een vijftal groepen, de tweede dag rijden we allemaal samen. Je moet het echt een keer meegemaakt hebben. Afgelopen jaar hadden we ook een tweetal jonge jongens mee, twee nieuwelingen. Voor hun was het de eerste keer en die werden er echt stil van. De eerste keer dat ze de landingsstranden en kerkhoven zagen. De leeftijden van gevallen soldaten op de kruizen. Je ziet ze gewoon stil worden en denken ‘zo oud ben ik nu ook’. Dit jaar wordt de 70e keer dat het bevrijdingsvuur gehaald wordt.

Kilometers wegtrappen
Geert Oosterbosch fietst nog drie à vier keer in de week. Twee jaar geleden wist hij nog Nederlands Kampioen op de weg bij de Masters te worden. ‘De benen zijn nog goed, dus ik mag niet mopperen. Sinds ik met de VUT ben, heb ik meer tijd om te fietsen en dat doe ik dan ook bijzonder graag.’ Frans Otten fietste ook nog geregeld bij TC Woensel tot hij twee jaar terug getroffen werd door een hartinfarct. Inmiddels is hij daarvan hersteld en is de zin om te gaan fietsen weer helemaal terug. ‘Ik fiets eerst de andere kant op, dan kan in het geheim trainen’, lacht hij. ‘Inmiddels zijn we verhuisd en opnieuw gesetteld dus kan ook ik weer meer fietsen!’ ‘Als ge eerst mij eens probeert bij te houden Otten’, zegt Peeters quasi-serieus die zelf ook nog de nodige kilometers wegtrapt iedere week. ‘Ik heb helaas hetzelfde meegemaakt als Frans en ben op advies meer gaan bewegen. Dus een fiets gekocht en ik rijd nu heerlijk zo’n drie keer in de week lekker in mijn eentje rond.’ Geert heeft het laatste woord in deze: ‘Als ze straks zover zijn met trainen, heb ik ze al uitgenodigd om een keertje met mij en de groep mee te gaan!’

Wielrennen van toen en nu
De tijd waarin wij gekoerst hebben, is een hele andere dan nu. Frans: ‘Er is bijna geen volk meer. Vroeger stond het drie, vier rijen dik bij een wedstrijd.’ Vriend Jan nuanceert: ‘Dat is ook inherent aan de tijd. Vroeger hadden de mensen niet veel meer dan het vermaak bij de koers of het voetbal. En toch, als ik de wedstrijden in Luyksgestel en Duizel bekijk voor het Kempenklassement komt daar toch wel volk op af hoor. Ook de belangstelling in Bergeijk groeit en dat doet goed!’ Geert Oosterbosch belicht het trainingsaspect. ‘Wat betreft begeleiding, de kennis van hoe te trainen, is er heel veel veranderd. Kijk bijvoorbeeld eens naar de gemiddelde snelheid die renners in een ploegentijdrit halen. Die mannen rijden gewoon 55 per uur gemiddeld. Dan moet je dus continue 60 in het uur rijden. Dat haalde je vroeger misschien in een sprint voor de winst. Maar ook de ontwikkeling in het materiaal en voeding heeft een gigantische vlucht genomen. Vroeger was trainen kilometers maken. De basis is weliswaar hetzelfde, als je geen kilometers in de benen hebt, kan je het schudden. De manier van trainen is heel anders. Als wij vroeger in het voorjaar gingen trainen, waren die trainingen als het ware echte klassiekers. Als je de kans kreeg zette je alles meteen op de kant met een beetje wind.’

Hoenske
‘Vroeger deden we er meer voor om echt coureur te worden. Nu wordt, en (misschien) ook wel terecht, voor een maatschappelijke carrière gekozen. Als je thuis vertelde dat je wilde gaan fietsen, dan lieten ze je ook fietsen. Toen werd er niet gezegd van jongen, je moet ook nog studeren. Stond je voeger steevast met 120 man aan de start, je hebt nu koersen met dertig vertrekkers. Ik heb als 2e jaars nieuweling aan het NK in Zandvoort meegedaan. 450 vertrekkers, dat kan je jezelf toch niet voorstellen meer’, vertelt Geert. Ook Jan Peeters herinnert zich dat NK nog goed. ‘Er zat toen ook een manneke in het peloton met de bijnaam Hoenske geloof ik. Klein gebouwd en ongelooflijk rap. Het peloton was zo groot dat zijn supporters hem niet zagen in het peloton. Ook de ronde voor de ravitaillering merkten ze Hoenske nog steeds niet op. ‘Die zal er wel niet meer bijzitten dan’. Vervolgens deden de supporters zich tegoed aan het etenszakje van Hoenske. Die hadden thuis niet veel te eten waarschijnlijk. Maar een ronde later kwam Hoenske aangekwekt dat ie eten moest hebben., nog steeds deel uitmakend van het peloton. Tsja…’, lacht Peeters.

Kempische wielerpeloton
Wat betreft het wielrennen in de Kempen? ‘We hebben met Marco Brus al een paar jaar dezelfde winnaar en het ziet er naar uit dat hij dit jaar weer een grote kans maakt om te winnen. Als we het over de talenten in de Kempen hebben, denk ik aan een Teun van Poppel uit Hilvarenbeek en een Bram Welten (junior) uit Moergestel. Maar ondanks dat we vaak dezelfde winnaar hebben, zijn we dik tevreden met het klassement. En niet alleen wij. Ook hoofdsponsor Baby-Dump heeft inmiddels het sponsorcontract verlengd met drie seizoenen tot en met 2017’, vertelt een trotse Peeters die voorzitter is van het Kempenklassement. ‘Ook het organiseren van een damesklassement is een goede zet gebleken. Steeds meer (top)rensters weten onze wedstrijden te waarderen. En in dit kader niet te vergeten mijn mede bestuursleden Hans Kusters en Edwin Cruijssen. Edwin is mijn linker en rechterhand. Wat die jongen doet, niet normaal. Geweldige vent.’

Laatste noot
Het enerverende gesprek met de drie wielervrienden komt langzamerhand tot een einde. Tijd voor een laatste noot. Jan Peeters:’Ik heb nog steeds ontzettend veel plezier in de wielersport. Prettig en fijn dat je er goede vrienden van oudsher aan overhoudt. Dat zie je helaas het beste als er iemand uit je wielerkring komt te overlijden. Dan is werkelijk waar iedereen er. Frans: ‘Ik ben blij dat ik weer een beetje terug ben in het wielerwereldje. Ik heb als chauffeur 23 jaar lang alleen een feestkapelletje rondgereden. Nu ik met Jan weer naar wedstrijden ga, is het vaak een feest van herkenning. Neem nu die tijdrit in Abbenbroek. Geweldig om al die oude bekenden weer tegen te komen.’ Geert: ‘Ik hou nog steeds van de sport. Mijn eigen kinderen hebben gefietst, maar zijn inmiddels gestopt. En toen ben ik zelf weer begonnen met fietsen. Ik doe het met plezier, ik leef me graag uit met die ouwe mannen. Ik zie graag jonge renners opkomen om vervolgens hun ontwikkeling te volgen. Dan zie je veel dingen terug van de tijd dat jezelf koerste.’

Mij rest alleen een woord van dank voor het leuke gesprek met deze heren. Dat ze nog maar lang van het wielrennen kunnen genieten!

Related posts