Column: …een bijzonder wrange bijsmaak

‘Doe mij er maar vier.’ Ik sta in de winkel van bakkerij Schellens in Nuenen. Het winkelraam is volgeplakt met aanmoedigingskreten op roze papier en in de etalage prijkt een ouderwets stalen ros, voor de gelegenheid volledig roze gespoten. Voor de duidelijkheid, dat was gisterenmiddag. Op een middag waar de teller van menig wielerliefhebber naar twee ging. Nog twee cruciale etappes en dan hadden we een opvolger voor onze Joop. Niet Robert, niet Bauke ook niet Tom. Nee, ene Steven. Steven Kruijswijk uit het dorp waar Joke Schepers-Groenen de tompoezen als warme broodjes over de toonbank ziet gaan.

Vandaag ging de Giro naar het dak van de Ronde. Renners die omringd gingen worden door metershoge sneeuwwanden. Waar ik vroeger op dit soort dagen gewoon een vrije dag zou pakken om de koers te kunnen volgen op televisie, zie ik mij nu in een teamvergadering op school als docent Communicatie. Niks geen tv, niks geen adrenaline, niks geen getuige zijn van wielergeschiedenis die ene man uit Nuenen aan het schrijven is. De eerste mogelijkheid die ik krijg om een live-stream op mijn laptop te toveren, grijp ik met twee handen aan. Ik krijg een wazig beeld, ik zie sneeuwwanden en twee blauwe gedaantes. Nibali en één van zijn ploegmakkers leiden de dans naar het ‘dak’. Ik probeer als het ware om mijn beeldscherm heen te kijken of ik Kruijswijk zie zitten. ‘Ja hoor.’ De breed geschouderde Lotto-Jumbo renner zit samen met Chaves in het wiel van de twee Astana mannen. Een collega tikt me aan. ‘Hoe doet ie het.’ ‘Ze krijgen hem er niet af.’ ‘Das mooi.’ ‘Heel mooi zelfs!’ Nibali versnelt richting de top, Kruijswijk volgt. Nibali neemt een jack aan voor de naderende afdaling. Kruijswijk niet.

Volleerde salto
‘Dju zeg……het is niet waar!!!’ Kruijswijk knalt op hoge snelheid tegen een sneeuwwand en slaat voorover. De vier ogen die achter de laptop zaten, worden er acht, tien, twaalf en tot slot veertien. ‘Het is niet waar heh.’ ‘Tis verdomme wel waar’, zeg ik, ‘En hij komt nog goed weg ook.’ Kruijswijk maakt een volleerde salto. Dat had ook zijn hoofd kunnen zijn op dat moment. Hij pakt rap zijn racemonster, maar kan niet meteen weg. Kostbare seconden, zeg maar gerust een minuut. Als hij weer goed en wel op zijn fiets zit, volgt een beeld van Zakarin. Liggend op een bijzonder vreemde plek in een houding die de adem bij me afsnijdt. ‘Het zal toch niet…..’ We moeten weer door met vergaderen en ik laat de live stream voor wat die is. Op het eerstvolgende beeld dat ik voor ogen krijg, zie ik Steven op een kilometer of tien voor de streep. Ik geloof op een achterstand van een 2,5 minuut. De laatste klim begint bijna en ergens is er nog de hoop dat hij als een dartelend hert naar boven weet te dansen op zijn pedalen. De klim begint, de camera zoomt in…….Stevens gezicht. Hoop maakt plaats voor vrees. Vrees is niet eens het goede woord. Hoop maakt plaats voor realisme. Die jongen is hier aan het sterven. Het straalt er aan alle kanten vanaf. De wil om door te fietsen wordt aan alle kanten ingehaald door een lichaam dat niet meer het lichaam is van de laatste 2,5 week. Dit lichaam is eventjes terug met een ongelooflijke rot smak tegen een sneeuwwand geklapt. Dit lichaam is kapot. Vergelijk het met Max Verstappen die in een Flintstones-auto een berg oprijdt terwijl al die anderen nog wel over een motortje beschikken.

Wrange bijsmaak
Mijn wielerhart bloedt. Ik laat de live-stream nu uit eigen beweging voor wat ie is. Ik klap de laptop dicht en krijg commentaar van mijn collega’s. ‘Waarom sluit je af Chris?!?’ “Joh, die gaat op zeker vijf minuten binnenkomen, heb je dat aangezicht gezien. Die verliest zijn trui.’ Later in de auto op weg naar huis, schakel ik de autoradio naar Radio 1. De vrees of dan toch het realisme, wordt bevestigd door een ijzig koude stem van de radiopresentatrice. Kruijswijk is zijn trui kwijt en staat nu op drie. Dju zeg. Heel wielerminnend Nederland baalt, maar wat te denken van die introverte vent die onze Joop ging opvolgen als winnaar van een grote ronde. Een coureur uit de Kempen. Een renner die zijn eerste wielrenmeters maakte bij Trap met Lust uit Geldrop. Die jongen moet momenteel door een hel gaan. Wat kon er nog fout? Juist, dat wat er gebeurde, kon nog fout………Het koffiezetapparaat doet rond de klok van acht zijn ding. Ik pak de gisteren gekochte tompoezen uit de koelkast. Het journaal met daarbij de beelden van vanmiddag. Een zoontje die, terwijl hij zijn vorkje in het roze gebak zet, zegt…nou dat roze is ie kwijt.

Dat klopt. Maar het respect, de bewondering, het medeleven en weer een nieuwe hoop voor onze Nederlandse wielertoekomst is hij niet kwijt. Verdomme Steven, je was oh zo dichtbij, maar geloof mij dat je vriendin en dat kleine manneke Perre allang blij zijn dat papa na die rot smak weer opstond. En ben je straks weer in Den Bosch, wandelend in het park, arm in arm met je vriendin en knuffelend met die kleine……dan mag je zeker balen, maar vergeet zeer zeker niet waar het in het leven om draait. En dan is dat roze maar roze. De laatste slok koffie, het laatste stukje tompoes. Beste Joke…..eerlijk waar, ze waren heerlijk…, maar hadden toch een wrange bijsmaak vandaag. Sorry!

Related posts