Column: ‘Te zot voor woorden!’

Daar sta je dan met je fluitje, gekleed in een lichtgevend geel hesje en voorzien van een dertig centimeter lange stok met een rood stukje stof eraan. Bibberend van de kou. De natte sneeuwvlokken dwarrelen op je bolleke, terwijl je automobilisten en fietsers vriendelijk verzoekt eventjes te wachten totdat het peloton is gepasseerd.

Je collega aan de overkant steekt zijn rode stukje stof de hoogte in, voor jou het teken om niet veel later dezelfde armbeweging te maken. Begeleid met de vriendelijke woorden: ‘Heel eventjes wachten meneer met doorrijden, er komt zo meteen een peloton wielrenners voorbij.’ Uit de bocht komen twee brandende koplampen tevoorschijn en niet veel later volgen drie renners. U leest het goed, drie renners. In een mum van tijd zijn ze voorbij. Je arm maakt de neerdalende beweging en je vertelt de ongeduldige medeweggebruiker dat ze hun weg mogen vervolgen, weliswaar met de renners mee. Want ja, dat was het peloton. Soms zeg je het de mensen wel twee of drie keer, als ze je vol ongeloof blijven aankijken. En zo zijn er meer als jij. Ieder gevaarlijk punt op de ronde is beveiligd door zo’n zelfde zot als jij.

Zot in de goede zin van het woord wel te verstaan. Zot van het wielrennen. Verknocht aan de mooiste sport ter wereld. Op de vroege zondagochtend je bed uit om het (regionale) wielertalent de kans te geven zich te meten met anderen op een mooi en beveiligd parcours. Carnaval of geen carnaval. Weer of geen weer. En als het geen weer is en de natte sneeuwvlokken wat harder naar beneden komen, hebben jouw collega-zotten die ochtend zelfs een tent opgebouwd compleet met soepkar. Staat er een jurywagen op de meet met andere zotten inclusief. Mensen die straks uit alle macht gaan proberen om de drie renners zo goed mogelijk te klasseren. Een spreekstalmeester die met het eeuwige enthousiasme zijn stem hoort galmen door de opgestelde geluidsboxen. En zo is er voor iedere taak wel een zot te vinden.

En ja, het weer was de afgelopen weekenden te zot voor woorden. Vroeger was alles natuurlijk ook beter. Toen had je de mannen van staal die in weer en wind op hun stalen ros stapten. Nu zijn ze klaarblijkelijk van suiker en het materiaal evenzo. Je zou die geluiden zo maar eens kunnen opvangen als je te dicht aan de wal staat. Er zullen tig redenen aan te voeren zijn waarom je liever iets anders doet op de zondagmorgen dan in Veldhoven een trainingsrondje rijden. Al jaren horen we een klaagzang dat er steeds meer wedstrijden verdwijnen in den lande. En geloof me….dat heeft niet altijd alleen maar met financiën te maken.

Genoeg daarover. Voor komend weekend wordt er weer een bak met regen voorspeld. De kans dat je nat wordt, mocht je überhaupt van plan zijn te starten, is groot. Heel groot. Ga je van start……dan is er een dikke kans dat er een glimlach op het gezicht van die zotten verschijnt. Een hele dikke kans. Want geloof me, die zotten doen niets liever dan op de prille zondagochtend opstaan, bibberend met een stokje in de hand het verkeer regelen….als er tenminste koers is! En dat zijn niet alleen die zotten in Veldhoven. Zonder vrijwilligers geen koers heren en dames coureurs! Het zou te ‘zot’ zijn als jullie komende zondag een glimlach op enkele gezichten konden toveren. Wellicht is het te zot om in het hondenweer op te stappen, maar je bent dan ook niet voor niets zot van het wielrennen. Toch?!

Met sportieve groet, Faaske

Related posts