Column: ‘Topsport in de Omloop der Kempen’

Deze keer geen wekker die mij mijn ogen doet openen. Geen ‘stress’ om de laatste zaken te regelen voordat het wielerfestijn losbarst. Nope. Dit jaar doen we het anders. Het prachtige weer nodigt uit om eens heerlijk het fietsje op te stappen. Geen gas- en rempedaal. Geen Arie van Gerwen naast me die constant contact probeert te krijgen met de studio van KempenFM :-).

Nadat ik mijn racemonster de berging heb weten uit te wringen tussen de fietsen van dochter- en zoonlief, zet ik koers richting de Plaatse in Veldhoven. Aangekomen dezelfde professionele uitstraling als in al die andere jaren. De organisatie heeft het weer verdomd goed voor elkaar. Het zonnetje dat van bovenaf op het Veldhovense straalt, bevestigt het gezegde nog maar eens…..’je krijgt wat je verdient’. De ‘eerste’ toerfietsers van de toertocht liggen op massagetafels van Fysiotherapiepraktijk De Ligt uit Veldhoven. Met drie ‘man’ sterk wordt het melkzuur uit de merendeels behaarde benen weggemasseerd. Een mooie geste van Michel Gepkens en zijn collega’s die alom gewaardeerd wordt. Vanzelfsprekend in de hoop er een stukje publiciteit mee terug te krijgen. En ja mensen…..dat hoeft niet altijd door met de geldbuidel te rammelen. ‘Hoe laat ben je terug?’, vraagt de Veldhovense fysio. ‘Waarschijnlijk rond een uurtje of vier’, antwoord ik. ‘Ahh….dan zijn we net weg denk ik….ennuh als je die foto wilt maken, moet je wel eerst je lensdop eraf halen.’ Juist.

Fluorescerend hesje
De kerkklok in oud-Veldhoven geeft tien voor twaalf als tijd aan. Een korte babbel met de altijd vriendelijke Rien van Horik. Nog tien minuten voor vertrek. Teken voor mij om mijn race-vehicle in gang te trekken en richting Steensel te gaan. Het viaduct bij de Locht wordt zonder problemen als eerste hindernis genomen. In de koers bij de mannen telt helaas alleen die tussen Postel en Reusel mee in de strijd om de bergtrui. Ik zeg een gemiste kans 😉 De vooraf uitgestippelde ‘afsteekplekken’ moet ik vanuit het eigen bolleke proberen te vinden. Het briefje met plekken en bijbehorende tijden heb ik thuis op tafel laten liggen. Eigenlijk een onzinnig briefje ook. De wegen in de Kempen ken ik als mijn broekzak. Bij Walik stap ik voor de eerste keer van mijn fiets af. Ook dit punt is beveiligd door één van die vele vrijwilligers die het peloton vandaag veilig door de Kempen loodsen. Geen onbekende voor me. Good old Wil Jacobs uit Steensel heeft zich gehuld in een fluorescerend hesje en is voorzien van fluit en rode vlag. Toen ik als zeventienjarige mijn eerste wedstrijdmeters maakte in het juniorenpeloton was hij naast trainer ook een steun en toeverlaat. Prachtig dat zulke ras wielerliefhebbers nog steeds een handje ‘de hoogte’ in willen steken. Niet veel later meldt de wielerkaravaan zich, waarna ik koers zet richting ‘de Pielis’.

Krabber
Ik word ingehaald door een wat oudere man met benen als melkflessen. De goede man trapt zeker een kilometertje of vijf harder in het uur dan dat ik doe. De automatische reflex als ‘renner’ is dan om te volgen. Ik schakel bij, zet een keertje goed aan en het wiel is gevonden. Om er eigenlijk al rap achter te komen dat ik mijzelf in de ‘vernieling’ ga rijden als ik deze ouwe krabber ga volgen. Na nog geen vijfhonderd meter schakel ik weer terug en besluit mijn eigen tempo te gaan rijden. De echte krabber? Jep, that’s me. And i don’t care. De echte kriebels om ‘broodrenners’ als Dirk Jansen en Teun van Poppel te volgen in recreantenwedstrijden als die van de Kempencup heb ik niet. Althans….misschien volgend jaar. Of het jaar daarop, of het jaar daarop…….We zien wel. Eerst maar weer eens voor een basisconditie zorgen zodat ik die ouwe krabber van zojuist moeiteloos kan volgen. Of gewoon net als ‘vroeger’ voorbij kan steken en ‘m lossen met mijn turbobenen :-). In de Weebosch draai ik rechts met het parcours mee richting Witrijt, mijn volgende afsteekplek. De appelboer is ook present, evenals tal van andere volgers.  Een redelijk druk verkeerspunt.

Geef elkaar de ruimte!
Nietsvermoedende automobilisten wordt de toegang richting Weebosch ontzegd. De verkeersregelaar probeert het uit Eersel komende verkeer richting de Belgische grens te sturen. En wat doe je als je daar helemaal niet naartoe wilt? Juist. ‘Men draaie de auto op welk punt dan ook.’ Een ruk aan zijn stuur naar links. De witte achteruitrijdlichtjes lichten op. De gang naar achteren wordt ingezet, waarbij de bestuurder op een haar na een motorrijder met bijrijder mist. Want ja, deze gemotoriseerde tweewieler was het wachten en een onoverzichtelijke situatie meer dan beu en wilde snel nog ff aan de achterzijde passeren. Dat is één. Nu volgt twee. Een weg heeft meestal twee banen toch? Juist, ook het verkeer komende uit België mocht vanzelfsprekend niet afbuigen richting de Weebosch. Nope, die moesten en zouden hun weg vervolgen richting Eersel. Een weg die na dit verkeerspunt vakkundig was ‘versperd’ door de fervente wielervolgers. Autootje/ busje half in het gras en half op de weg, terwijl op de andere rijhelft een ‘file’ ontstond van wagens die niet meer door mochten van de verkeersregelaar. Want ja, de eerste politiemotoren waren reeds gepasseerd en niet veel later zouden de renners volgen. Daar zit je dan in een auto als nietsvermoedende bejaarde terwijl alles en iedereen als een ‘zot’ gaat staan te zwaaien en schreeuwen. Rechtdoor is eigenlijk geen optie omdat je de gegeven ruimte waarschijnlijk te krap vindt om tussendoor te sturen. Heren en dames wielervolgers, ook hier een schone taak voor jullie. Zet je auto dan iets verder ‘goed’ weg en loop die paar extra meters. Moeilijk he?!

Fietspad Ter Spegelt
Klaagzang? Tis maar net hoe je dit leest :-). Ik doe er nog een schepje bovenop bij deze. Komtie. Onderweg naar de kasseienstrook tussen Hulsel en Casteren word ik ter hoogte van camping Ter Spegelt voorbijgereden door een groep toerfietsers. En ja, daar is die automatische reflex weer. Als laatste in het wiel vind ik alleen maar bevestiging van mijn eigen mening als het gaat om dit soort groepen. Weliswaar netjes twee aan twee op de eigen ‘fietshelft’ en met een tempootje van zo’n 32/ 33 in het uur. Voor de mensen die Ter Spegelt niet kennen…..één van de best lopende campings in de Kempen. En met het mooie Pinksterweekeinde een vakantiebestemming voor velen. Het is druk, ook op het fietspad. Gezinnen met kleine kinderen die net als de toerfietsers vanaf de fiets van de prachtige omgeving willen genieten. Ik laat een metertje, twee metertjes, drie…..vier. Ik wil namelijk overzicht hebben op wat ik hier aan het doen ben en niet klakkeloos de gangmaker volgen die het tempo meent te bepalen. Het stuk fietspad wordt naar mijn stellige mening te rap genomen. De snelheid gaat er pas uit als de groep de weg oversteekt naar een brede, rustige weg zonder fietspad. Op dit soort drukke fietspaden/ punten moet de snelheid er echt uit mensen. Echt waar!!

Damn…..kramp
En ja, het volgende afsteekpunt bereik ik een stuk rapper dan verwacht. Dat dan weer wel. Tot Hoogeloon kan ik de groep volgen totdat ik afdraai naar Casteren. Een wederzijds vriendelijk handgebaar naar koersdirecteur John van den Akker die ook dit jaar weer vakkundig wordt rondgereden door oud-coureur Robert Regeling. Op het laatste stukje bij Casteren zie ik het peloton met een gezapig tempo passeren, waarna ik koers zet richting een ander Kempendorp……Vessem. Ik aanschouw een nieuwe ‘struggle’. Een verkeersregelaar die zijn handen vol heeft aan automobilisten die niet genegen zijn te wachten. Meer dan eens wordt er gedreigd met het noteren van kentekenplaten van niet-willende automobilisten. Ik geef het je maar te doen. Complimenten voor zijn beheersing en uitvoeren van zijn ‘taak’. Het peloton draait bij het uitrijden van het dorp rechts richting Oostelbeers. Ik zet koers richting Westelbeers. En dan gebeurt het. De spiertjes van deze krabber willen niet meer meewerken. Opkomende kramp terwijl ik verdomme in Westelbeers ben. Het nummer van fysio Michel had ik ’s morgens nog van mijn maat doorgestuurd gekregen. Ik had voor de gein gezegd dat ik em wel zou bellen als ik met kramp in Bladel stond. Zat ik er dus niet heel ver naast 🙂 In één van de vele mooie houten rustplekken in de Kempen gooi ik mijn beentjes omhoog. Het bidonnetje wordt wat lichter gemaakt en de meegenomen eierwafels genuttigd. De koers gaat langzamerhand de finale in en de koers is ‘los’. Een kopgroep van negentien renners passeert en het peloton laat dit ogenschijnlijk gezapig gebeuren.


Topsport in de Kempen

De koers vervolgt haar weg richting Hulsel. Deze krabber probeert thuis te komen en dus Veldhoven te bereiken. Ter hoogte van Knegsel passeert de karavaan mij opnieuw. Met enige moeite klik ik uit de pedalen. De kramp schiet er gelukkig niet opnieuw in ;-). Nog steeds de groep van negentien voorop. De eerste achtervolgende groep, lees het peloton, is echter wel een stuk dichterbij gekomen. Gaan we dan toch naar een massasprint? Ik vervolg mijn weg en passeer in de kern van Knegsel eetcafé De Kempen. Het overvolle terras nodigt uit om weer af te stappen. Toch maar niet. Niet veel later stap ik voor de laatste keer af. In de finishstraat van de 70e Simac Omloop der Kempen. Ik zie Daan van Sintmaartensdijk de koers winnen voor Tim Kerkhof, de winnaar van 2017. Ik verlaat het wielerfestijn via de Plaatse. Was ie aan het begin van de middag nog lichtelijk gebruind benen aan het masseren, nu heeft ie meer weg van een rode kreeft. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Ik vergeet spontaan dat mijn wielerbeentjes al een dik uur tegen de kramp aan het vechten zijn. Maar samen met zijn collega’s is hij nog niet klaar met masseren. Vijf uur lang aan één stuk been voor been door de handen laten glijden in de priemende zon…….hoezo topsport in de Kempen.

 

 

Related posts